
Waarom we onze badkamerverwarmers op de proef stellen
Badkamers zijn in feite martelkamers voor elektronische apparaten. Stel je eens voor: één minuut is het droog als een kool, en het volgende moment vult een dichte mist de kamer.
Als de afsluiting van een plafondverwarmer niet perfect is, kan vocht naar binnen komen. En zodra dat gebeurt, is het apparaat kapot. Het kan binnen een paar weken defect raken of zelfs branden. Niemand wil te maken krijgen met een flikkerend licht of een kapotte verwarmer middenin een koude winterochtend.
De sluwe manier waarop vocht binnendringt
De meeste van deze verwarmers maken gebruik van kwartsglastubben en halogeenfilamenten. Het glas zelf kan de hitte wel aan, maar de verbindingspunten – waar de draden zich met de lamp verbinden – vormen het echte probleem.
Waterdamp is hardnekkig. Het maakt gebruik van zogenaamde capillaire krachten om zich via deze verbindingen naar binnen te bewegen. Zodra het vocht de contactpunten bereikt, vindt oxidatie plaats. Dat betekent langzaam falen van het apparaat. Daarom voeren we testen uit onder hoge temperatuur en hoge luchtvochtigheid uit. We willen ervoor zorgen dat het apparaat in ons laboratorium alvast wordt ‘op de proef gesteld’, zodat het niet al snel kapotgaat in jouw huis.
Hoe we dit echt testen
We gooien niet zomaar wat water op het apparaat en zijn klaar.
We plaatsen de apparaten in speciale kamers. We stijgen de temperatuur op tot 60°C (ongeveer 140°F) en houden de luchtvochtigheid boven 90% gedurende honderden uren. Daarna zetten we de stroom steeds aan en uit.
Dit zorgt voor een soort ‘adembeweging’. De afsluitingen worden groter wanneer ze heet zijn en kleiner wanneer ze afkoelen. Hierdoor wordt het vocht naar binnen gezogen. Als het apparaat dit kan doorstaan, kan het ook de ochtenddouche overleven.
Het balanceren van de factoren
Het moeilijke is dat je alles niet perfect afgesloten kunt maken.
Als we de binnenkant van het apparaat in plastic wikkelen om het vocht buiten te houden, heeft de hitte nergens meer naartoe te gaan. De elektronica zal dan letterlijk ‘koken’. Het is een constante strijd om te voorkomen dat het filament nat wordt, terwijl het apparaat toch goed kan functioneren.
We besteden veel tijd aan het aanpassen van de ventilatie en de IP-classificatie, om het juiste evenwicht te vinden.
Tijdens het hele proces houden we de isolatieweerstand en de lekstroom in de gaten. Als deze waarden zelfs maar iets dalen, is het ontwerp mislukt. Dan sturen we het apparaat terug naar het beginpunt. Dit is de enige manier om te voorkomen dat je elke zes maanden een nieuwe verwarmer moet kopen.